geschiedenis

Kindermeisjes in Omsk – herinneringen aan de naoorlogse jaren in de USSR, verzameld door Ljoedmila Oelitskaja - 1

(Eerste publicatie: 10-11-2013)

Stalingrad, 1945

Stalingrad, 1945

Anna Levina vertelt: “Toen ik klein was, verhuisden we uit de grote en heel mooie stad Leningrad  naar Siberië, naar de stad Omsk”.

Zo begint een van de vele kleine hoofdstukjes met herinneringen aan de naoorlogse jaren in de Sovjetunie, verzameld door schrijfster Ljoedmila Oelitskaja. Ze zijn uitgebracht onder de titel Detstvo 45-53: a zavtra budet sjtsjastje (Kinderjaren 45-53: en morgen zal er geluk zijn).

Ljoedmila Oelitskaja

Ljoedmila Oelitskaja

Anna Levina vertelt hoe haar ouders, beiden met een drukke baan, in Omsk op zoek moeten naar een kindermeisje voor haar en haar broertje. Maar wie wil de zorg op zich nemen voor twee vreemde kinderen? Alleen vrouwen die in een uitzichtloze situatie zijn beland, bijvoorbeeld omdat ze geen papieren hebben. Daarvan zijn er in de naoorlogse jaren in Siberië talloze: gevlucht uit de kolchoz, Tataren, Oekraïense Benderovtsy, Duitsers en oudjes die geen kant meer op kunnen. Anna’s vader is forensisch arts, werkt dus “bijna bij de politie” en kan via zijn connecties de vertrapten en verdrevenen aan een paspoort helpen. Aan kandidaten voor de post van kindermeisje in zijn gezin is dan ook geen gebrek.

Meestal, zo herinnert Anne zich, had het gelukkige kindermeisje na anderhalve maand niet alleen het gedroomde paspoort, maar na enkele bezoeken aan de officiersclub van Omsk ook een echtgenoot. En dan moest er een nieuw kindermeisje worden gevonden. 

Zo is daar de Tataarse Ljoetsija, zus van Revo, opgegroeid – u leidde dat al af uit beide voornamen – in een gezin waar men de Leninistische beginselen was toegedaan. Wat geen garantie bleek tegen verbanning naar Siberië. Loetsija is gek op Anna’s vader: een jood met het gezicht van een zuivere Tataar. Maar haar familie stuurt een Tataarse bruidegom op haar af en dat betekent: exit Loetsija.

Na Loetsija kwam Noesja, door Anna’s moeder gevonden op de markt, waar ze aardappelen stond te verkopen. De kleine Anna is gek op Noesja. “Ze rook naar brood, melk en rust”. Anna’s vader is het zat om voor paspoortafdeling te spelen, maar strijkt voor Noesja nog één keer met de hand over het hart. Dan, op een morgen, deelt de radio mee dat Stalin is gestorven. Noesja wordt hysterisch en keert na drie dagen terug naar haar dorp.

Dan komt de Oekraïense Marija Stepanovna uit Bender. Anna’s vader vindt haar ergens in een dorp waar hij als forensisch arts een moord moet onderzoeken. Marija Stepanovna is de vrouw van een veroordeelde Benderov-bandiet en maakt zich bij iedereen erg geliefd. Wanneer echter blijkt dat zij wel een glaasje lust en ook de kleine Anna af en toe trakteert, is het exit Marija Stepanovna.

Dan komt nog de Duitse Gotlibovna (“Die zag eruit of ze honderd was.”), die weer wordt opgevolgd door een zekere Kornilovna, die “boven iedereen uitstak als een brandtoren”. Op een avond spreekt Anna’s kleine broertje plots de eerste volzin van zijn leven uit: “Sla je vool je halses – sâje lelen” (Щас дам в молду – будешь знать!”). Het is duidelijk wie de kleine dat zinnetje heeft geleerd en het is exit Kornilovna.

“Daarna keerden we terug naar Leningrad, kindermeisjes namen we niet meer aan, op mijn broer werd voortaan gepast door oma, mama’s mama.”

Zou Ljoedmila Oelitskaja, die zo vloeiend ingewikkelde familiegeschiedenissen kan neerzetten, bij de herinneringen van Anna Levina niet gedacht hebben: Over dat gezin moest ik maar eens een boek schrijven? 

Meer over de door Oelitskaja verzamelde herinneringen aan de naoorlogse Sovjet-jaren in mijn volgende stukje.

Hier deel 2.

De geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over treinen - 3

(Eerste publicatie: 16-8-2013)

posters propaganda economie treinen Rusland Sovjetunie

Ik ben duidelijk niet in de wieg gelegd voor geschiedenisleraar. Na twee lessen over de USSR aan de hand van spoorwegposters, heb ik er eigenlijk alweer genoeg van. Dit wordt dan ook de laatste les en daarna kun u wat mij betreft op vakantie.

We keren terug naar het begin van de jaren dertig. De industrialisatie was in gang gezet, in een stevig tempo moest de Sovjetunie worden omgetoverd in een industriële grootmacht. Niet iedereen kon dat kennelijk bijbenen, in elk geval waren bij de spoorwegen niet alle werknemers even betrokken bij de goede zaak. Dat blijkt wel uit bovenstaande poster uit 1931.

Onderaan staat (vrij vertaald): Met een socialistische houding tegenover de locomotief en door stootarbeiderschap vervullen wij de plancijfers voor het rollend materieel. En wat wordt daarbij weggeblazen door de schoorsteen van de machtige stoomlocomotief? Wij lezen van links naar rechts: vertragingen / sabotage / verzuim / stilstand / dronkenschap / jobhoppers (ik weet zo gauw geen ander woord).

Zal ik nu iets schrijven over ProRail en de NS? Nee, laat ik bij de les blijven.

Het heeft nog wat onschuldigs, die poster, omdat we het jaartal weten: 1931. Maar die stoomwolk met woorden, weten we nu, was een voorbode van bange tijden. Werd je rond 1937 beschuldigd van sabotage, dan mocht je blij zijn als je er met 25 jaar kamp vanaf kwam.  

Een vrolijkere poster met een prachtig detail hebben we hier, uit 1939. Op de twee rode banen staat: Vrouw, de locomotief op!

vrouwen machinist treinen USSR Rusland Sovjetunie propagandaposters

Het klinkt ons wat onbehouwen in de oren, dat ‘vrouw’. Ik kan moeilijk inschatten hoe dat voor Russen was in de jaren dertig. De locomotief hier is de FD 20-109, waarbij de letters staan voor Feliks Dzjerzjinski, de oprichter van de geheime dienst. Daarboven staat, links en rechts van het ronde embleem: Ленинская дорога / Leninskaja doroga – Leninspoorweg. Die liep tussen Moskou en Tambov. En dan dat prachtige detail: die kersttakjes links en rechts in het open raam! Dat krijg je, die huiselijkheid, met een vrouw op de locomotief. Veel heeft deze poster trouwens niet geholpen. Op trams en bussen zie je in Rusland veel vrouwen als bestuurder, op een locomotief heb ik er nog nooit eentje gezien.

Tot slot nog deze poster, over ‘machtige locotieven’ die nodig zijn voor het Sovjet-transport, ….

posters propaganda Sovjetunie

…. omdat ‘ie me zo doet denken aan deze foto van Isaak Toenkel uit 1951:

Toenkel treinen propaganda Sovjetunie

Over die foto (en andere foto’s van Toenkel) schreef ik eerder hier.

Ik wens u een prettige vakantie.

Hier deel 1 en deel 2.

De geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over treinen - 2

(Eerste publicatie: 12-8-2013)

treinen locomotief Stalin spoorwegen Rusland

Wij gaan verder met onze (zeer korte) geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over spoorwegen en treinen.

Het plaatje links stamt uit 1938, twee jaar na de poster dus die centraal stond in les 1. Ook dit is weer een mooi staaltje van het rotsvaste geloof in de lichtende toekomst, in de techniek als wegbereider en de arbeidersmassa als stuwende kracht. Met zo’n locomotief, en die massa enthousiastelingen rechts … het kan gewoon niet anders: onweerstaanbaar rijden wij richting eindstation communisme!

Kijk die ielige, elitaire bourgeois-figuurtjes links op dat perronnetje nou toch, met hun parasolletjes. Die kregen het treintje dat ze verdienden. Nee, dan wij, honderd jaar later! Kijk eens wat wij, arbeiders van de Sovjetunie, op de rails hebben gekregen! Die bourgeois-figuurtjes staan op het perron van Tsarskoe Selo, waar in 1837 de eerste Russische passagierstrein arriveerde, een half uur na zijn vertrek uit Sint-Petersburg. De trots op de moderne verworvenheden spreekt ook uit de leuze op de loopbrug over de perrons (zo’n brug zie je op veel Russische stations): De Sovjetunie – een groots spoorwegrijk.

De locomotief oogt voor de jaren dertig wel erg futuristisch, maar hij heeft wel degelijk gereden. Het was een ‘gewone’ stoomlocomotief met een aerodynamisch omhulsel. Hij is op enkele trajecten ingezet, maar veel exemplaren zijn er niet van gebouwd. Je komt het gevaarte op foto’s en filmpjes dan ook weinig tegen.


Op de poster boven sluit het silhouet van de dampende locomotief naadloos aan bij die grote fabrieksgebouwen op de achtergrond. Het was de tijd van de eerste vijfjarenplannen en de verheerlijking van de zware industrie. Diezelfde ongebreidelde nadruk op grote industriële projecten spreekt uit onderstaande poster van kort na de Tweede Wereldoorlog:

treinen industrialisatie poster propaganda USSR Rusland Sovjetunie

Rechtsboven staat: Het nieuwe vijfjarenplan voeren we uit en overtreffen we! En linksboven: Onze allereerste opdracht is de ontwikkeling van de zware industrie en het spoorwegtransport – de grondvesten van de gehele volkshuishouding van de USSR!  Bij de wederopbouw van het land moesten grote stappen worden gezet. Veel aandacht voor de noden van de kleine man was er daarbij niet, die kleine man kwam pas in de tweede helft van de jaren vijftig, onder Stalins opvolger Chroesjtsjov, weer een beetje aan de beurt. Het mannetje links van de locomotief, het enige levende wezen op de poster, is illustratief: nietig weggedrukt in een hoekje is hij tegen de achtergrond van al dat industriële geweld totaal onbelangrijk.

Waarna ik een referaat zou kunnen houden over de verhouding individu – staat in Rusland door de eeuwen heen, maar daar begin ik niet aan. Liever wijs ik nog even op een taalkundig aspect van de hier behandelde posters. Het Russisch kent geen lidwoorden, het werkwoord ‘zijn’ komt in de tegenwoordige tijd weinig voor en dankzij de naamvallen kan het gebruik van voorzetsels worden beperkt. Dat geeft de makers van Russische leuzen en posters, die bondig moeten formuleren, een enorme voorsprong op ons. Ik vind dat niet eerlijk.

Hier alvast een van de posters die in de volgende (laatste) les aan bod komen:   

vrouwen machinist trein Rusland sovjetunie

Hier deel 1 en deel 3.

De geschiedenis van de USSR, verteld aan de hand van posters over treinen - 1

(Eerste publicatie: 8-8-2013)

Stalin locomotief treinen spoorwegen Sovjetunie economie

Kan je geschiedenisles geven over de Sovjetunie aan de hand van posters over spoorwegen en treinen? Ik denk het wel. Ik kwam een paar van zulke posters tegen en had meteen materiaal voor een compleet schooljaar. Een deel daarvan stel ik hier gratis ter beschikking.

We beginnen de eerste les met de poster links, uit 1936. Bovenaan staat: DE TREIN GAAT VAN STATION SOCIALISME NAAR STATION COMMUNISME.

In het vak linksonder zien we in zwarte letters staan: DIENSTREGELING van de weg die de bolsjewistische trein heeft afgelegd, met daaronder de namen van de stations die al zijn aangedaan en het jaartal waarin dat gebeurde. Onderaan staat ISKRA (Vonk) 1900: de naam van de krant van socialistische emigranten die in december 1900 voor het eerst verscheen in Stuttgart. Daarboven staat DECEMBER 1905. Een verwijzing naar stakingen en onlusten in Moskou en Sint-Petersburg, die nogal hardhandig werden neergeslagen. De twee stations daarboven zijn PRAVDA 1912 (het oprichtingsjaar van die krant) en SOCIALISME.

Zo vertelt de geschiedenis zichzelf.

Rechts op de poster gaat het verder met, in zwarte letters, de huidige DIENSTREGELING. Daar staan, in rood en geheel in overeenstemming met de ideologie van die jaren, slechts twee stations vermeld: het vertrekstation SOCIALISME en rechtsboven het eindstation COMMUNISME. Men wist in 1936 niet dat er in de verre jaren zeventig nog een station bij zou komen, het REËEL BESTAAND SOCIALISME, waar de trein ernstige vertraging zou oplopen.

De bolsjewistische trein wordt met vaste hand bestuurd door Stalin. Hij zit op de bok, kijkt naar buiten en staat ook nog links op dat rode vaandel. (Vraagje aan de klas: wie zijn die andere drie figuren? Het antwoord volgt aan het eind van de les). Zijn naam staat ook op de voorkant van de locomotief, met de letter И van Иосиф/Iosif. De oplettende leerling heeft dan misschien al gezien dat ook rechtsonder de naam van Stalin staat: CТАЛИН, maar daar met de letter T. Die is van tovarisjtsj/товарищ – kameraad. De hele zin rechstonder luidt: De ervaren machinist van de trein van het communisme k. STALIN.

Enkele vragen die zich nu opwerpen: waar werd de vertraging bij station REËEL BESTAAND SOCIALISME door veroorzaakt, hoelang heeft die vertraging geduurd en is eindstation COMMUNISME ooit wel bereikt? Daar kunt u weer een flink aantal lessen mee vooruit.

En wie staan er naast Stalin op dat vaandel? Van links naar rechts: Lenin, Engels en Marx. Waarmee ik ben aanbeland bij mijn neef. Die heet Mels, een naam die bij oudere Russen enige achterdocht kan wekken. Er was namelijk een tijd dat Russen hun zoon zo noemden – de vier letters stonden dan voor Marx, Engels, Lenin en Stalin. Bij mijn neef Mels is dat niet het geval, zo hebben zijn vader en moeder mij meerdere keren verzekerd.

En hier alvast de poster die in de volgende les aan bod gaat komen:

Stalin locomotieven economie USSR treinen

Hier deel 2 en deel 3.

Het wrange Donskoj kerkhof: een grafsteen voor beul Blochin, drie massagraven voor zijn slachtoffers.

(Eerste publicatie: 8-20-2012)

Het is ongetwijfeld een van de meest bizarre, wrange begraafplaatsen ter wereld: het Nieuwe Kerkhof van het Donskoj klooster in Moskou. Waar elders vind je massagraven van terreurslachtoffers met op minder dan een steenworp afstand het keurig verzorgde graf van hun beul.

Blokhin Blochin Donskoi Goelag Stalin Moskou begraafplaats

Hier hebt u die beul, Vasili Michajlovitsj Blochin. Vasili had een speciaal, bruinleren schort voor en droeg handschoenen tot over zijn ellebogen, wanneer hij de ‘vijanden van het volk’ een kogel door het hoofd joeg. Velen van zijn duizenden slachtoffers werden in het crematorium op het kloosterterrein verbrand. Hun as belandde in een van de drie massagraven daar.  

Blochin maakte een glanzende carrière binnen de NKVD. Hij behoorde tot de bewakers van Stalin, schoot gevangenen dood en schopte het tot generaal-majoor. Hij werd beloond met medailles, een auto (een M-20, Pobeda) en een erewapen, een mauser (hoewel hij zelf liever met een Duitse walter schoot, die werden niet zo snel warm). Tot Blochins bekendste slachtoffers behoorden maarschalk Toechatsjevski en oud-hoofd van de NKVD Jezjov.

Na de dood van Stalin werd Blochin met pensioen gestuurd. Dat pensioen werd hem al snel ontnomen, net als zijn rang van generaal-majoor. Hij overleed in 1955 aan een hartaanval.

De pronte grafsteen van Blochin is nauwelijks te missen. Hij ligt meteen links van de ingang van het kerkhof, je komt er onvermijdelijk langs als je naar de massagraven loopt. Daar zijn er drie van, op elke plek waar de as van de doodgeschoten gevangenen in een kuil werd gedumpt. Ze behoren tot de indrukwekkendste gedenkplaatsen die ik ken.

slachtoffers repressie Stalin zuiveringen begraafplaats Moskou

Na mijn bezoek aan de Donskoj begraafplaats ging ik naar het Goelagmuseum (pal in het centrum: Petrovka 16). Ik wilde weten of het graf van Blochin zo goed verzorgd werd door familie of door de instantie die hij ooit zo ijverig diende. Een medewerker zei vrij beslist dat de familie daar verantwoordelijk voor was. Ik zag in het museum ook nog dit schilderij hangen, een kopie van een werk van E. Veidemanis. Misschien heeft Vasili Blochin als inspiratie gediend, al ontbreken schort en handschoenen. Of er een mauser of een walter wordt gebruikt, weet ik niet.

executies Stalin KGB zuiveringen Goelag Moskou Donskoj begraafplaats

(Blochin en zijn slachtoffers liggen op de Nieuwe Begraafplaats van het Donskoj klooster. Ik schreef eerder al over de Oude Begraafplaats, waar onder anderen Aleksandr Solzjenitsyn begraven ligt.)

De vondst van berkenbasttekst 1023 in Novgorod. Ik was erbij.

(Eerste publicatie: 10-7-2012)

Het lijkt een verschrompeld inktvisje, wat op tafel ligt. Dat is het niet. Wat hier zo aandachtig wordt bekeken, is een middeleeuws stukje berkenbast waarop een tekstje is gekrast. Het is net uit de grond gehaald en wordt geregistreerd als Novgorod – 1023, oftewel: het 1023ste tekstje dat in Novgorod is opgegraven. Het eerste werd gevonden in 1951.

Elke zomer vinden in Novgorod (de belangrijkste vindplaats van de tekstjes) opgravingen plaats. Dit jaar werd er ook meegegraven door een groepje Nederlanders, bijeengebracht door Jos Schaeken, die zich in Leiden bezighoudt met de bestudering van de vondsten. (Meer daarover hier en hier). Onze fysieke bijdrage was bescheiden, wij groeven slechts twee ochtenden mee – wij moesten ook nog naar een heleboel kerken en naar een eiland in het Ilmenmeer voor gerookte snoek. Onze aanwezigheid op zich betekende echter al veel voor de betrokken Russische wetenschappers, aldus Schaeken.

Er staat van alles op de gevonden berkenbastjes. Veel heeft betrekking op de handel (Novgorod was een Hanzestad), veel gaat ook over privé-zaken. Waar Novgorod –1023 over gaat, mag ik niet zeggen. Daar zit een embargo op tot de zomer van volgend jaar.

In mijn volgende stukje meer over Novgorod, vooral in de vorm van foto’s

Middeleeuwse liefdesbriefjes op berkenbast - en wat er in Novgorod nog meer uit de grond komt. - 2

(Eerste publicatie: 28-6-2012)

Komende week ga ik Middeleeuwse tekstjes opgraven in Novgorod, ik schreef er een paar dagen terug al over. Hier nog wat meer theorie, want we komen graag goed beslagen ten, eh, ijs. 

(Ook dit stukje is vrijwel volledig gebaseerd op de oratie van hoogleraar  Jos Schaeken bij zijn benoeming tot hoogleraar Balto-Slavische talen en cultuurgeschiedenis in Leiden.)

De Middeleeuwse teksten zijn ingekrast op kleine stukjes berkenbast. De studie ervan heet berestologie. Erg oud is die studie niet, het eerste stukje bekraste bast werd in 1951 gevonden in Novgorod. Inmiddels zijn er meer dan duizend tekstjes uit de grond gehaald en elke zomer wordt er gegraven naar meer. Novgorod is de rijkste vindplaats (het was een van de grootste Middeleeuwse Russische steden en de bodemgesteldheid is er gunstig), maar ook Staraja Roessa, Torzjok, Smolensk en Pskov hebben een ‘bodemarchief’. Al zijn de gevonden stukjes tekst vaak kort (gemiddeld 15 tot 40 centimeter in de lengte en 2 tot 8 centimeter in de breedte) en fragmentarisch, ze leveren een schat aan informatie op. De kennis van de vroegere taalstadia van het Russisch is flink bijgesteld en de blik op het dagelijks leven in de Russische Middeleeuwen aanzienlijk verbreed. 

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

"Brief van Gjur'gi aan vader en aan moeder. Verkoop de hoeve, kom hierheen — naar Smolensk of naar Kiev. Het brood is [hier] namelijk goedkoop. Als jullie niet komen, stuur me dan een briefje (gramotiču), of het goed met jullie gaat." (1100-1120).

Huishouding, gezin, financiën, handel, zeer veel komt aan bod. Gewoonlijk gaat het om privé-correspondentie, drama blijft ons daarbij niet bespaard:

 "[...] Wat neem je me kwalijk, dat je niet deze week [of: deze zondag] bij me gekomen bent? Ik heb je als mijn eigen broer behandeld. Heb ik je werkelijk gekwetst met datgene wat ik [jou] gestuurd heb? Voor jou weet ik dat het onaangenaam is. Als het gemakkelijk voor je zou zijn, zou je je uit de ogen [van de mensen] weggerukt hebben en [heimelijk] gekomen zijn. [...] Als ik jou in mijn onverstand gekwetst heb en jij me zult bespotten, dan zullen God en ik (moja xudost') oordelen." (1100-1120).

Schaeken voegt daaraan toe: “Bedenk dat deze Novgorodse liefdesgeschiedenis uit precies dezelfde periode stamt als onze hebban olla vogala.”





Ik had hier graag willen afsluiten met: ik ga niet weg uit Novgorod voordat ik een liefdesbrief uit 1250 uit de grond heb gehaald … Maar ik heb m’n terugvlucht al geboekt.

(Het complete corpus teksten op berkenbast is online beschikbaar).

Hier deel 1.

Duits wapentuig in Moskou op de enige bewaard gebleven Sovjet-kleurenfilm uit de oorlog

(Eerste publicatie: 20-6-2012)


Ik kwam dit filmpje tegen bij blogger Eugene. Volgens hem zien we hier de enige Sovjet-kleurenfilm uit de Tweede Wereldoorlog die bewaard is gebleven. De titel: Trofeeën van grootse veldslagen, gemaakt in 1943.

Het zijn intrigerende beelden, niet alleen vanwege die kleuren.

Met de toenemende successen van het Rode Leger ontstond er een probleem: wat doe je met al het buitgemaakte materieel? Als leek sta je daar niet zo bij stil, maar inderdaad: je laat al die tanks, vliegtuigen, kanonnen, vrachtwagens  en pontonbruggen niet zo maar wegroesten.

In april 1943 werd er een speciaal Trofee-comité gevormd dat zich moest gaan bezighouden met het verzamelen, afvoeren en sorteren van buitgemaakte spullen en plannen moest opstellen voor hergebruik. Twee weken later werden de taken en bevoegdheden nader gespecificeerd. (De betreffende verordeningen vindt u hier en hier, in het Russisch.)  De bevelhebbers aan het front dienden transport ter beschikking te stellen. Er werden demonteer-eenheden gevormd en er kwamen speciale afvoertreinen met hijskranen en (buitgemaakte) locomotieven. Bij de afvoer richting stations diende in eerste instantie gebruik te worden gemaakt van “leeg terugkerende wagens” (“с использованием в первую очередь обратного автопорожняка” – prachtig!). Het Trofee-comité diende ook nog zorg te dragen voor de inrichting in Moskou van een permanente tentoonstelling van buitgemaakt materieel.

Het filmpje bovenaan is gemaakt op die tentoonstelling in het Gorki Park. Die werd geopend op 22 juni 1943 (exact twee jaar na de Duitse invasie), werd voortdurend aangevuld en sloot uiteindelijk pas in 1948 haar deuren. Veel materiaal kwam terecht in het Museum van de Strijdkrachten van de USSR.

De propagandistische waarde van het filmpje is groot. Op het oog onbezorgde Moskovieten (let op het aantal dames in zomerjurken) wandelen tussen het oorlogstuig van de vijand, die – dat kan niet anders – gewoon verslagen gaat worden. Het bewijs is eigenlijk al geleverd, kijk maar. De ironische toon van de commentator (acteur Boris Tsjirkov) doet de rest.

Hier een korter, kaler filmpje, zwart-wit, met Duitse ondertitels (“sechsläufiger Granatwerfer”):


En in dit filmpje (vanaf 1.20) brengen “kameraden” van de Britse vakbonden in 1943 een bezoek aan de Moskouse tentoonstelling. Het onderwerp daarna in dit bioscoopjournaal (vanaf 2.26) is trouwens ook de moeite waard. Onder de titel: ‘Meer turf!” zien we beelden van Russisch turfwinning. Rond de tijd dat die beelden gemaakt werden, stond ook mijn vader turf te steken, in de buurt van Stolwijk:



Bouwvakkers in Sint-Petersburg vinden zilverschat

(Eerste publicatie: 2-4-2012)

Bent u de bezitter van een oud optrekje in Sint-Petersburg en was u van plan een betonnen vloertje te storten? Wacht u daar dan nog even mee, kijkt u eerst of er misschien nog iets ónder de vloer zit. Een geheime ruimte of zo.

Tijdens restauratiewerkzaamheden aan de Tsjaikovskistraat 29A in Sint-Petersburg stuitten bouwvakkers op zo’n ruimte. Niet onder de grond, maar tussen twee verdiepingen in. Die bleek volgestouwd met drie zilveren serviezen van de familie Narysjkin. Een deel van het tafelzilver zat gewikkeld in kranten uit juli, augustus en september 1917… Experts beoordelen de vondst als uniek. Dat wil je wel geloven, als je dat zo bij elkaar ziet. Over de waarde laat men zich nog niet uit, de inventarisatie is nog niet voltooid.




Het is niet alleen tafelzilver, er zitten ook onderscheidingen, horloges en sieraden bij. Aardig in het filmpje vind ik de persoon in uniform op 04.08, die een akte op gaat stellen. Hij straalt een zekere moedeloosheid uit en je ziet hem denken: dat heb ik weer. Op 06.50 gaat hij aan de slag, met pen en papier, op 12.28 zien we dat hij gelukkig hulp heeft gekregen.

Het wachten is natuurlijk op de eerste pretendent. Dat een nazaat van de Narysjkins zich meldt, lijkt uitgesloten. Te oordelen naar aangetroffen documenten is ene Sergej Sergejevitsj Somov de laatste eigenaar geweest. Somov is geëmigreerd naar Frankrijk, waar hij in 1976 is overleden. Somov was een verre verwant van de Narysjkins, andere verwanten zijn er niet – voor zover bekend. Een kwart van de geldelijke waarde komt toe aan de vinder, wiens naam niet bekend is gemaakt. De schat zelf eindigt waarschijnlijk in een museum.

Ik zou dolgraag willen weten wat er zoal aan gerechten in die zilveren schalen hebben gezeten. En mijn gedachten gaan ook uit naar het personeel dat de boel blinkend moest houden.